Rustdag Lac Rose (Dakar)
De dag voordat we naar Gambia reden hadden wij een rustdag in Lac Rose. Die dag hebben wij inderdaad rustig aan gedaan. De auto behoefde eindelijk eens geen noodzakelijk sleutelen of onderhoud, dus we hebben een beetje rond het zwembad gehangen en wat foto’s en filmpjes geupload over een – zoals de afgelopen weken altijd het geval was – super trage internetverbinding.
Halverwege de dag heeft Wouter een quadrit gemaakt over het strand en de heuvels in de buurt van Lac Rose. Was een leuke ervaring. De quads waren 4-wiel aangedreven. Daardoor kon ook extreem zwaar terrein makkelijk en met hoge snelheid worden genomen. En dat heeft ook mooie beelden opgeleverd, zoals de te zien in het reeds geplaatste filmpje.
De gids die mee was reed hele stukken op twee wielen. De man had duidelijk voertuigbeheersing!
Ik ben die dag naar Dakar geweest. Hoewel de Challenge “Amsterdam – Dakar” heet, finishten we daar een aantal kilometers vanaf. Dakar was niet te betreden met auto’s, zowel omdat het erg druk is als omdat dit van de overheid niet zou mogen als toerist met dergelijke oude auto’s. Vanaf de camping werden wel een soort taxiritten georganiseerd naar Dakar. Met een aantal man ben ik met dat vervoer naar Dakar gegaan. Ook daarbij vielen we weer van verbazing in verbazing. En dat begon direct met de rit.
In een soort grote 4×4 vrachtwagen met banken in de laadbak reden we over allerlei binnendoorweggetjes naar de stad. Hoe die vrachtwagen ons van Lac Rose naar Dakar, en ook weer terug, heeft gebracht zonder stilstaan, is mij nog steeds een raadsel. Het duurde in eerste instantie al drie kwartier voordat de chauffeur de motor aan de praat had gekregen. De versnellingsbak was eigenlijk niet meer te bedienen omdat de koppeling het had begeven. Daardoor moesten de chauffeur de pook echt in de versnelling drukken. Hobbelend en schokkend legden we de afstand af. Ruim een uur later waren we in Dakar.
Dakar is een grote stad. Een bewoner vertelde mij dat in Dakar twee miljoen mensen wonen. In heel Senegal zijn dat er circa twaalf duizend. In het centrum, waar we met de truck aankwamen, krioelde het echt van de mensen. Waar je ook keek zag je stromen mensen, marktstalletjes en vele auto’s. En als die mensen je nou gewoon met rust zouden laten…
Niet dus. Als vliegen op de honing doken vanuit alle richtingen mensen op ons af. Voornamelijk omdat ze ons de stad wilden laten zien. En omdat ze kettingen, telefoonkaarten en andere nutteloze dingen willen verkopen. Dit hield de gehele tijd dat we daar doorbrachten aab. Het was zelfs zo erg dat we met de groep van circa 12 personen een tactiek bedachten om van de mensen af te komen. Ieder een andere kant op, snel de straat oversteken, opeens een winkel in, een stukje rennen. Maar niets hielp.
Het toppunt was dat twee ‘gidsen’ die zich bij ons hadden opgedrongen en waar we al op diverse manieren van hadden geprobeerd af te raken, naast ons kwamen zitten in een eettent. Toen er moest worden afgerekend gingen ze er vanuit dat wij wel even de rekening voor hen betaalden.
Best bijzonder om vervolgens aan vijf Dakarezen (drie winkelmedewerkers die ook geld wilden zien) te moeten uitleggen dat we toch echt niet voor de twee mannen gingen betalen. Voor mijn gevoel had het weinig gescheeld of het was iets anders afgelopen, maar uiteindelijk zijn we weggelopen en hebben de mannen vermoedelijk toch voor zichzelf betaald.
Dankzij de grote getalen verkopers en gidsen zijn we uiteindelijk maar op de hoek van een straat gaan staan om te wachten tot het de afgesproken tijd was waarop de taxichauffeur ons weer kwam ophalen.
Toen hij terug was bleek dat er werderom storing was in de motor. En de verlichting was defect. Fijn als de zon bijna onder is. Met wat geleend gereedschap kreeg hij de linker koplamp werkend. Toen de motor uiteindelijk gestart was en stationair draaiend klonk alsof hij spoedig ermee zou stoppen zijn we vertrokken. Dat het olielampje dat op het dashboard bleef branden was geen reden om onverminderd snel door het verkeer te rijden
Grens Gambia
De volgende dag stond in het teken van het passeren van de grens bij Senegal en zodoende Gambia in te rijden. Een rit van circa 300 kilometer, wederom in kolonne. En er zat een ferry-oversteek in. Dit was omdat Gambia een raar gevormd land (klik) is. Om het land heen ligt Senegal en in Gambia loopt de zee voor een groot stuk door. Daardoor moet je komende vanuit het Noorden de ferry nemen naar Banjul (hoofdstad van Gambia). Als je die ferry niet neemt moet je om dat stuk zee heenrijden en dat is al gauw vierhonderd kilometer om.
De rit naar de grens ging soepel. Helemaal vergeleken met de dodemansrit die we in het vorige blog beschreven. Ook de grensovergang was heel snel geregeld. Bij slechts één punt konden we de exit-stempel van Senegal halen en de entrance-stempel voor Gambia. Bij de grens Marokko / Mauritanie hadden we minimaal zes grensposten te passeren, ter vergelijking.
Nadat we de grens over waren, was het een stukje van circa vijf kilometer naar de ferry. Niet alle auto’s pasten daar in een keer op. Twee van de drie ferry’s waren kapot, waardoor de tweede lichting auto’s circa twee uur later arriveerden. Wij zaten in de eerste lichting, bij daglicht. Tientallen – zo niet honderden – mensen, 30 auto’s en kippen, varkens en koeien vergezelden ons naar de overzijde. In dertig tot veertig minuten waren we in Banjul.
Daar stond een motoragent (“Hi, I’m a traffic cop and this is my bike!” – riep hij trots) op ons te wachten. Hij zou onze kolonne wel even naar de camping brengen. Iedereen klaar? Mooi. Volgas ging de traffic cop er op zijn 350cc motorfiets vandoor. Sirene aan, zwaailampen op maximaal. En wild zwaaiend met zijn armen.
De voorkant van de kolonne moest alle zeilen bijzetten om de agent in het drukke verkeer bij te houden. Dat het de achterhoede van 20 auto’s niet lukte is een logisch gevolg. De agent dacht daar toch anders over. Met een gangetje van 80 vond hij kennelijk dat het wel lekker ging. En dat de auto’s die hem wel konden volgen(inmiddels nog een stuk of acht, waaronder wij) aan het seinen waren met grootlicht en armgebaren deed hem niet vermoeden dat er mogelijk toch iets aan de hand was.
Tien minuten later gingen we dan maar aan de kant staan. De bakkies hadden niet genoeg bereik meer om de achterop geraakte mensen te kunnen gidsen, dus die reden ergens door de onbekende stad. Gelukkig snapte de agent het wel toen we daadwerkelijk stil gingen staan. Vervolgens is de agent bij Wouter in de auto gestapt om de achtergebleven mensen te zoeken.
Ik ben naar de kruising gelopen om eventueel passerende voertuigen de juiste kant op te wijzen. Vijf minuten later kwam een deel inderdaad voorbij. Deze konden aansluiten. En weer vijf minuten later hadden Wouter en de agent de andere auto’s gevonden. Kolonne compleet, agent snapte dat hij wat langzamer moest. Gaan met die banaan.
Het slingeren alsof hij dronken was en de wilde armgebaren hielden aan. Maar ik moet de agent nageven: iedereen luisterde naar hem. Alle auto’s gingen in de berm staan, waardoor wij echt de gehele rijbaan tot onze beschikking hadden. Enigszins genant, zo bijzonder waren we toch ook niet? Kwartiertje later waren we op de camping. Lopend buffet stond klaar zodra de andere groep arriveerde (met dezelfde agent!)
Auto klaar maken voor veiling
De dag daarna, 5 maart, hebben we de auto klaar moeten maken voor de veiling. Alle spullen in de auto moesten worden uitgezocht. Wat namen we wel, en wat namen we niet mee naar huis? De terugreis gaat per vliegtuig, dus we konden niet veel meenemen.
Na een zorgvuldige selectie hebben we het grootste deel van de spullen in de auto gelaten voor de veiling. De goederen zouden ook worden geveild, dus waardeverhogend.
Vervolgens hebben we een hotel gezocht waar we konden verblijven tot en met vandaag. Dat hadden we redelijk snel gevonden.
Daarna kwam het moment van de waarheid: het inleveren van de auto. Weinig bijzonders: auto parkeren, opschrijven welke goederen in de auto zaten en sleutels overhandingen. Maar toch, de auto hebben we al anderhalf jaar in ons bezit en het apparaat heeft ons zonder veel tegenslagen over de meest onmogelijke wegen in Afrika geleid. “Emotioneel moment” is teveel van het goede, maar het was een bijzonder moment.
De veiling
Vandaag was dan de veiling van bijna alle Dakar-auto’s. Een enkeling heeft de auto direct geschonken aan een doel, maar bijna alle auto’s stonden op de rol om op geboden te worden.
Een voor een werd op de auto’s geboden. “Onze” bolide was halverwege aan de beurt. Opel, diesel, altijd van een oud vrouwtje geweest. Wat zou een gek ervoor geven. Startend op 30.000 Dalasis (34 Dalasis is ongeveer een Euro) liepen de biedingen op. 31 thousand, 32, 33. Hmm, gaat goed. 50 thousend, 51, 52. Waar stopt het?
“Does the car have airconditioning”, vroeg de veilingmeester ons nog halverwege de biedingen. Nee! Lekker tactisch om dat te vragen nu het zo goed gaat.
Maar de geïnteresseerde Gambianen maakten het kennelijk niets uit. De 60-duizend werd bereikt. Langzaam liep het op. Een maal, andermaal. Verkocht voor 64.000 Dalasis. Dat was echt meer dan we hadden kunnen hopen. Gekocht voor 490 Euro bij de Domeinen, verkocht voor ruim drie keer zoveel nadat hij volledig is afgebeuld. Maar, eerlijk is eerlijk, de auto deed het serieus prima en als de nieuwe eigenaar hem goed onderhoud kan hij er nog lang in rijden.
En dat was het dan…
Want over een paar uur gaat ons vliegtuig. In circa acht uur vliegen we weer naar Europa (Brussel). De afstand waar wij ruim drie weken over hebben gedaan lijkt opeens niets meer voor te stellen. Maar ik weet zeker dat de ervaringen die we in die drie weken hebben opgedaan dit verschil in reistijd helemaal goed maken!
Foto´s
De foto’s hebben we over de tergend trage verbinding op internet kunnen zetten. Een film is helaas niet gelukt. Die is er wel, morgen zullen we die alsnog online plaatsen vanaf een fatsoenlijke verbinding.